taoist exercises - mirroring nature

Stacks Image 176


WILL WE EVER MEAT AGAIN?


english version: WILL WE EVER MEAT AGAIN?

DE MEESTE DETAILS van mijn grootouderlijk huis ben ik vergeten. Maar niet de geur van sudderend draadjesvlees. Een donkerblauw geaderd petroleumstel op een tafel.Een emaillen pan met deksel. Het duurde een goede dag om de sukadelapjes uit elkaar te doen vallen. Het oude huis vervulde zich met de geur van draadjesvlees en stoofpeertjes. Als er nu een flard daarvan in mijn neus komt, ben ik direct weer terug in dat geliefde huis van oma en opa; een halve eeuw terug in de tijd. Wat je als kind ruikt en te eten krijgt, dat moet wel goed zijn. Oma is goed, het eten wat ze maakt is natuurlijk ook. Wie zou daar aan twijfelen?

Na een nacht peuren in een kleine visserssloep op het Ganzendiep, kwam mijn opa in de vroege ochtend naar huis terug. Alle palingen -niet te dik, niet te dun - een zinken teil vol op de binnenplaats achter het huis. Naast de teil wat zand, om de gladde palingen bij het schoonmaken stevig beet te kunnen pakken. En dan roken in een oude oliedrum, totdat de palinghuid goudgeel is. De geur, de smaak, de bite, het lekkerste wat je je maar voor kunt stellen. Nu, ik ben even oud als mij opa indertijd, doet een flard van rook en vis verstopte herinneringen in me ontwaken. Gevoelens en beelden zonder specifieke vorm en woord, maar er is geen twijfel: dit eten is het beste. Opa is goed, en de voor altijd aan zijn persoon verbonden gerookte paling is ook goed.

Ik weet dat in de sloten en meren nog nauwelijks paling zwemt. Dus is het tijd om afscheid te nemen. Als we de laatst overgebleven palingen laten zwemmen, is er een kans dat de overvloed van de zinken teil ooit wellicht terugkomt. Mijn hoofd begrijpt dat: ik eet geen paling meer. Maar als die ene geursliert uit de rokerij waar ik langs loop in mijn neus komt en het water me in mijn mond loopt, ben ik opeens niet meer zo zeker.

Waar de paling nagenoeg verdween, is de koe, bron van het draadjesvlees, alom tegenwoordig in Nederland. Ze staan buiten in de wei, of binnen in enorme stallen. Het land is omwille van hun eten veranderd in een groene woestijn van raaigras en mais. Om totaal verschillende redenen staan het eten van koe en paling ter discussie. Van de ene zijn er veel te veel, van de ander te weinig. Lees de krant. Mijn ratio begrijpt deze verhalen, maar mijn neus, de geur en alle vertellen iets anders. Het eten van je kindertijd raakt aan de ziel, en laat zich niet zo makkelijk wegredeneren.

Tijdens een van mijn reizen door China zat ik op een middag aan aan een tafel met vegetariërs. We waren in een restaurant in Yunnan, een zuid-westelijke provincie met een groene subtropische weelde. Per abuis zetten de bediendes een aantal schotels met vlees en vis op tafel. Na wat protest, verwarring en heen en weer gepraat werden we verzekerd dat het hier wel degelijk ging om su cai, gerechten voor de vegetariër. In geur, smaak vorm en textuur was het opgediende niet te onderscheiden van rund of vis. Nu waren de Chinezen ons al eeuwen voor in het maken van vuurwerk, vliegers en meer; met fopvlees en fopvis waren ze ook al echte pioniers. Er is dus niets nieuws onder de zon met fancy vleesvervangers in de supermarkt.

Wat wel nieuw is, is de presentatie en marketing van de Amerikaanse firma Finless Food. Ze propageren en produceren vis zonder vin; vis zonder noodzaak van net en haak. Hun tonijn wordt gemaakt uit planten, net zoals de voornoemde Chinese ‘mock fish’. Daarnaast kweken ze sappige tonijn, in het lab, beginnend met een paar cellen van een (onvrijwillige, dat dan weer wel) tonijn donor. Ik heb veel vertrouwen dat het met de smaak en de bite van deze vinloze tonijn wel goed gaat komen. Er moet alleen nog wat gevonden worden als substituut voor het vissersplezier ― hoe sla je een lab-tonijn aan de haak? En hoe liggen deze tonijn moten zo meteen op de vismarkt?

Weinig discussies raken snel zo oververhit als die over de huidige veestapel. De boer, de stadsmens, de super- markt, de export en de natuur brengen hun argument naar voren. En hebben allemaal gelijk. In ieder geval vertellen ze alle een stuk van de waarheid. De boer werkt zich kapot en verdient nauwelijks; de supermarkt beroept zich op het feit dat er vraag is naar de kiloknaller; en de stadse consument wil niet zijn recht op vleeseten afgepakt zien. Vlees is niet alleen kracht, maar vooral ook de herinnering aan sudderlapjes bij oma thuis. En wat is de inbreng van moeder aarde in deze discussie? Die zegt dat boerderijdieren - koe, varken, kip, schaap, geit en meer - 62% van het totale gewicht aan zoogdieren op aarde uitmaakt. Mensen de helft daarvan, 34%. En wilde dieren? Sinds de Ark van Noah zijn hun cijfers nogal gekelderd: hun gewicht in slechts 4% van het totaal.

Wij mensen eten de meeste van die boerderijdieren. En zij op hun beurt eten gras en hooi en kuilvoer en vismeel en soja. Een omslachtige en ruimte-rovende keten van eten en gegeten worden. Een groot deel van de landbouwgrond op de aarde gebruiken we om de boerderijdier- en te voeden. Daarnaast neemt de bodem- vruchtbaarheid langzaam maar zeker af, en slokt de groeiende behoeft aan nieuwe cultuurgronden de resterende bossen op. Eén en één is twee zou je zeggen. In plaats van koe en kip te voeden is het veel handiger voedsel te verbouwen dat rechtstreeks in onze maag terecht komt.

In een artikel van The Guardian uit 2020, omschreef George Monbiot een opmerkelijk samenkomen van diametraal verschillende visies op voeding en de aarde. In plaats van de biefstuk van boer en slager, of de namaak biefstuk uit plant of cel, is daar ‘ferming’: voedsel maken met behulp van micro fermentatie. Zie bijvoorbeeld het Finse Solar Foods. Zij kweken van proteïne met behulp van microleven. Bacteriën die net zoals plant- en kooldioxide uit de lucht vangen, maar dat vele mate efficiënter doen dan de veel bewonderde plantaardige fotosynthese. Samen met water en elementen als stikstof, fosfor en kalium maken ze eiwitten. En na wat mengen en roeren en kneden: een vin-loze vis en een koe-loze burger. Maar wie wil nu eten, dat uit een roestvrijstalen lab vat vol bacteriën komt?

Misschien dat dit je een zetje geeft. George Monbiot refereert aan Half Earth, de opmerkelijke oproep van dr. E.O. Wil- son, om de helft van de aarde te reserveren voor wilde natuur. Stel je voor: de helft van de aarde waar natuurlijke processen onverstoord leiden tot de rijkst mogelijke biodiversiteit. In plaats van de eindeloze groene woestijn, megastallen en steeds meer gerooid bos geofferd voor veevoeder, een terugkeer van wildheid. Ferming lijkt maar een fractie van het huidige landbouw- en veeteelt areaal nodig te hebben. Al dat land dat we dan terug zouden kunnen geven aan de vrije natuur.

Ik kan niet wachten op het eerste draadjesvlees, gerokte paling, sate kambing en zoute haring uit de ferm! En wil je meer: kijk eens bij Perfect Day micro-fermentatie melk-zonder-melk. Of naar de bloederige-ijzerrijke-Impossible Burger- zonder-bloed.